Een Portret dat Geschiedenis Schrijft
De daguerreotypie van Johannes Ellis en Maria Louisa de Hart (ca. 1846)

Ergens in het voorjaar van 1846 — terwijl de slavernij in Suriname nog zeventien jaar zou voortduren — nam een reizende Amerikaanse fotograaf in Paramaribo een portret op van een jong echtpaar. Het resultaat was een daguerreotypie: een beeld vastgelegd op een verzilverde koperplaat, fragiel en kostbaar, gefixeerd in de pionierstijd van de fotografie. Het is de oudst bekende foto uit Suriname die bewaard is gebleven. En het is een beeld dat veel meer vertelt dan het op het eerste gezicht lijkt te doen.
De man op de foto is Johannes Ellis, drieëndertig jaar oud, geboren in Elmina aan de kust van het huidige Ghana. Hij was de buitenechtelijke zoon van Abraham de Veer, een Nederlandse koloniale bewindsman die gouverneur was geweest van de Goudkust, en Fanny Ellis, een Ghanese vrouw die in zijn huishouden werkte. Toen Abraham de Veer Ghana verliet, nam hij de jonge Johannes mee — eerst naar Sint Eustatius, later naar Suriname. Johannes groeide op als protegé van zijn vader en bouwde een succesvolle carrière op als ambtenaar in de kolonie.
Naast hem zit Maria Louisa de Hart, negentien jaar oud, geboren in slavernij in Suriname. Haar vader was Mozes Meijer de Hart, een Joodse plantageeigenaar uit Amsterdam. Haar moeder was een tot slaaf gemaakte vrouw, die door De Hart werd vrijgekocht toen Maria Louisa nog maar een paar maanden oud was — in 1827, slechts twee jaar na haar geboorte. Maria Louisa groeide op als vrije vrouw, maar de schaduw van de slavernij hing over haar hele bestaan.
Op de daguerreotypie vormen zij een elegant, welgesteld paar, gekleed volgens de laatste Europese mode. Met goudverf zijn op de koperplaat accenten aangebracht op Maria Louisa’s gesp, armbanden, ringen, hanger en oorbellen. Haar haar is opgemaakt in pijpenkrullen. Johannes draagt een keurig kostuum. Het is een beeld van status, waardigheid en zelfbewustzijn — een bewuste keuze om zich te laten portretteren zoals de elite van die tijd dat deed.
Maar achter de elegantie schuilt een diepere waarheid: op het moment dat deze foto werd gemaakt, was Maria Louisa zwanger. De zoon die zij droeg zou Abraham George Ellis heten — en hij zou in 1903 de eerste minister van kleur worden in de Nederlandse geschiedenis.
Een foto op het kruispunt van wereldgeschiedenis
De daguerreotypie bevindt zich op een buitengewoon kruispunt. Technisch gezien is het een product van de vroegste fase van de fotografie — de techniek was amper negen jaar eerder geïntroduceerd door Louis Daguerre in Parijs. Dat dit procédé al in 1846 in Paramaribo werd beoefend, getuigt van de internationale connecties van de Surinaamse elite. De twee mogelijke makers — John L. Riker uit New York en Warren Thompson uit Philadelphia — reisden langs de Caribische kusten om hun diensten aan te bieden. Uit krantenadvertenties in de Surinaamsche Courant weten we precies wanneer zij in Paramaribo waren: Riker van 8 maart tot 12 april 1846, Thompson vanaf 9 mei.
Mattie Boom, conservator fotografie van het Rijksmuseum, heeft vastgesteld dat de foto moet dateren uit de periode november 1845 tot juli 1846. Op 1 november 1845 ging het paar in ondertrouw; op 11 november werd het huwelijkscontract opgemaakt; in augustus 1846 werd Abraham George geboren. Boom concludeert dat de foto niet eerder gemaakt kan zijn dan de verloving en niet later dan de geboorte, omdat het kind er in dat geval volgens hem zeker ook op had gestaan. De kleding en het kapsel van Maria Louisa bevestigen een datering rond het midden van de jaren 1840.
Waarom deze foto ertoe doet
De daguerreotypie van Johannes Ellis en Maria Louisa de Hart is niet zomaar een historisch artefact. Het is een document dat meerdere lagen van betekenis in zich draagt.
Een spiegel van de koloniale paradox
Hier zitten twee mensen wier levens onlosmakelijk verweven zijn met de structuren van kolonialisme en slavernij — en die tegelijkertijd de grenzen van die structuren overschrijden. Johannes, zoon van een koloniale bestuurder en een Afrikaanse vrouw. Maria Louisa, geboren in slavernij maar vrijgekocht en opgegroeid als vrije vrouw van aanzien. Hun portret strijdt met het eendimensionale beeld dat we vaak van de koloniale samenleving hebben. Het laat zien dat identiteit in koloniaal Suriname niet in simpele categorieën paste.
Een voorafschaduwing van een onwaarschijnlijke carrière
De zoon die Maria Louisa droeg zou opgroeien tot vice-admiraal in de Koninklijke Marine, minister van Marine in het kabinet-Kuyper (1903–1905) en adjudant van Koningin Wilhelmina. Abraham George Ellis brak door het hoogste glazen plafond van zijn tijd — maar zijn verhaal raakte vergeten. Deze foto herinnert ons eraan waar hij vandaan kwam, en hoever hij zou reiken.
Een correctie op het collectief geheugen
Het beeld bewijst dat mensen van Afrikaanse en gemengde afkomst al in het midden van de negentiende eeuw deel uitmaakten van de gegoede klasse in Suriname. Zij lieten zich portretteren, bekleedden functies, sloten huwelijkscontracten — zij waren niet onzichtbaar. Dat wij hen niet kennen, zegt meer over ons collectief geheugen dan over hun werkelijkheid.
Een brug naar het heden
In een tijd waarin Nederland worstelt met vragen over koloniale erfenis, representatie en inclusie, biedt deze foto een concreet aanknopingspunt. Het is geen abstract debat: dit zijn echte mensen, met echte gezichten, wier nakomeling de hoogste politieke functie bekleedde — en van wie vrijwel niemand het weet.
De foto in het Rijksmuseum
De originele daguerreotypie werd in 2009 door het Rijksmuseum in langdurig bruikleen verkregen van mevrouw J. Huisken, een nazaat van de familie. Het werk werd dat jaar tentoongesteld als onderdeel van de expositie Aanwinsten: Foto’s uit Suriname en Curaçao. In 2014 publiceerde Mattie Boom de wetenschappelijke studie De vroegste foto van Suriname: Een portret van de 19de-eeuwse elite in de West (Rijksmuseum Amsterdam, ISBN 978-90-71450-54-9), waarin de datering, identificatie en historische context van de daguerreotypie uitvoerig worden behandeld.
Het werk is opgenomen in verscheidene publicaties, waaronder Ketens en banden: Suriname en Nederland sinds 1600 en Dof goud: Nederland en Ghana, 1593–1872. De permanente verwijzing in de Rijksmuseum-collectie is: https://id.rijksmuseum.nl/200503982
Betekenis voor het project Het Kompas van Ellis
Voor de Stichting Nazaten Diaspora Familie Ellis en het project Het Kompas van Ellis — Van Zee naar Staat is deze daguerreotypie meer dan een illustratie bij een verhaal. Het is het startpunt. Het is het bewijs dat de familie Ellis bestond in een tijd waarin velen als zij onzichtbaar worden gemaakt. Het is het gezicht van een moeder die in slavernij werd geboren en wier zoon minister zou worden. Het is de belichaming van het kompas dat de stichting als metafoor hanteert: een instrument van richting, waardigheid en hoop.
Wie zijn kompas kent, raakt nooit verloren.
Bronnen:
- Rijksmuseum Amsterdam, collectie RP-F-BR-2009-1
- Boom, Mattie (2014). De vroegste foto van Suriname. Amsterdam: Rijksmuseum Amsterdam.
- Eckhardt, Pieter (2009). Acquisitions: Photography about the history of Surinam. The Rijksmuseum Bulletin, 57, 260–262.